Arjen Van Gijssel Wethouder Gemeente Berkelland Def

Praat erover

Artikel geschreven door Arjen van Gijssel, ambassadeur van Stichting Verborgen Dilemma en wethouder Gemeente Berkelland.

Stichting Verborgen Dilemma probeert zelfdoding te verminderen door erover te spreken, het niet weg te stoppen. Het is iets wat moed vergt van omstanders. Steeds duidelijker wordt dat mensen die innerlijk worstelen en onzichtbaar lijden in een opwelling kunnen handelen. De grote puzzel is nu of naasten, die wisten van somberheid en depressie, zo’n opwelling hadden kunnen voorkomen. ‘Had ik maar doorgevraagd?’, ‘heb ik het zien aankomen?’. Niet als martelende schuldvragen achteraf, maar als opdracht in het hier en nu.

Als ambassadeur probeer ik daaraan te werken, natuurlijk met mijn eigen ervaringen. Ik denk terug aan het overlijden van mijn zwager Douwe, nu veertien jaar geleden. Hij werd maar 46. Een levenslustige man, een graag geziene gast in veel sociale netwerken en werkkringen. Een ‘Porsche in een Volkswagen’, die genoot van het ‘Douwe-zijn’, zoals hij het zelf uitdrukte.

Maar er was ook die andere kant, die je kon waarnemen in zijn huurflatje. Hij liet er maar weinig mensen toe. Het was het privédomein van een eenzame, zichzelf verwaarlozende man. Hij zat in vicieuze cirkels, leed aan slapeloosheid, at slecht en had veel ziekten onder de leden. Hij viel in dat eigen huis uiteindelijk ten prooi aan een acute hartstilstand, werd pas na vijf dagen gevonden, toen de politie op onze alarmering binnenbrak.

Bij zijn uitvaart was een bonte verzameling van mensen die ‘zijn leven vierden’, met veel getuigenissen over wat Douwe hen had gegeven. Ik hield ze in de familietoespraak voor: ‘maar dachten wij wel genoeg aan hem? En dacht hij wel genoeg aan zichzelf?’. Die vragen knagen nog steeds en ik denk dat het geldt voor meer mensen in Douwes kring. Ik probeer sindsdien vaker op mensen af te stappen en te vragen hoe het met ze gaat. En dan vooral te luisteren.

Nog een privé-ervaring. Mijn eigen zoon zat vorig jaar in een moeilijke levensfase. Zwaar voor hem en daarnaast ook voor ons gezin. Een kennis van ons kende een gezin met vergelijkbare problemen. Hij had de moed om aan te bieden voorzichtig contact te leggen. We mochten elkaar bellen. En de ouders brachten de zonen in contact. Uiteindelijk is mijn zoon in een cruciale fase zo aan een lotgenoot gekomen. Iemand die hij altijd mocht bellen en die hem ook spontaan ondersteunde met belletjes en appjes. Veel waardevoller dan al die professionele ‘systemen en trajecten’ waar je moedeloos van wordt.

Op het werk denk ik aan de keukentafelgesprekken met boeren die we als gemeente al een tijdje ondersteunden. Hulp bij moeilijke beslissingen als bedrijfsopvolging (of stoppen) in onzekere tijden. Wat bleek? Het ging bij die gesprekken door betrokken adviseurs helemaal niet alleen over de ratio, het bedrijf. Het ging over de emoties, hoe iemand zich voelde. Diepgevoelde ellende die woorden en gehoor kreeg. Ik zet me ervoor in dat we doorgaan met deze gesprekken.

Erover praten. Een netwerk dat niet alleen ontvangt, maar ook geeft, een actief luisterend oor biedt. Moed toont. Daarvoor wil ik graag ambassadeur zijn. Privé en op het werk.