Rianne Immel

Het belang van verbinding en het gesprek

Suïcide is een onderwerp waar veel mensen liever niet over praten. Toch is het belangrijk om het gesprek hierover juist wél aan te gaan. In Nederland overlijden gemiddeld vijf mensen per dag door suïcide. Iedere suïcide raakt daarnaast gemiddeld 135 mensen in de omgeving. Daarmee is het onderwerp veel groter dan vaak wordt gedacht.

Tijdens de lezing “Stilstaan bij suïcide” op 8 september 2026 in de Bibliotheek Doetinchem vertelde Rianne Immel, geestelijk verzorger en trainer bij Stichting 113, over het ontstaan van suïcidaliteit, het herkennen van signalen en vooral over de vraag hoe je als medemens het gesprek kunt aangaan. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is: normaliseer het gesprek over suïcide.

Wat is suïcidaliteit?

Suïcidaliteit kan op verschillende manieren voorkomen. Rianne Immel maakt onderscheid tussen persisterende en acute suïcidaliteit. Bij persisterende suïcidaliteit spelen suïcidale gedachten al langere tijd een rol en kunnen ze onderdeel zijn geworden van iemands manier van omgaan met moeilijke situaties. Acute suïcidaliteit ontstaat vaak wanneer iemand zich plotseling of steeds verder klem gezet voelt en geen andere uitweg meer ziet.

Suïcidale gedachten betekenen bovendien niet automatisch dat iemand daadwerkelijk een einde aan zijn of haar leven wil maken. Vaak gaat het om een sterk verlangen om van een ondraaglijke situatie of last af te komen. Wanneer problemen onoplosbaar en uitzichtloos lijken, kan de gedachte aan de dood worden ervaren als een mogelijke nooduitgang.

Stress en kwetsbaarheid

Het ontstaan van suïcidaliteit is complex. Een belangrijke manier om dit te begrijpen is het stress-kwetsbaarheidsmodel. Iedereen krijgt in het leven te maken met stress, verlies en tegenslagen. Of iemand dit kan dragen, hangt onder andere samen met de eigen draagkracht en kwetsbaarheid. Kwetsbaarheid kan verschillende oorzaken hebben, zoals ervaringen uit de jeugd, trauma, genetische factoren en de mate van verbinding met anderen. Daardoor kan dezelfde gebeurtenis voor de ene persoon draaglijk zijn, terwijl een ander er volledig door wordt overspoeld. Daarom is het belangrijk om signalen altijd serieus te nemen, ook wanneer een situatie voor de buitenwereld relatief klein lijkt.

Signalen herkennen

Suïcidale gedachten zijn niet zichtbaar. Daarom is het belangrijk om alert te zijn op veranderingen in gedrag, stemming en uitspraken. Iemand kan bijvoorbeeld zeggen: “Ik zie het niet meer zitten” of “Het heeft geen zin meer.” Zulke uitspraken hoeven niet direct te betekenen dat iemand suïcidaal is, maar ze kunnen wel aanleiding zijn om door te vragen.

Opvallend is dat iemand die een besluit heeft genomen soms juist opgelucht of opgewekt kan lijken. De omgeving kan dan denken dat het beter gaat, terwijl de opluchting juist kan voortkomen uit het gevoel dat er eindelijk een beslissing is genomen. Een plotselinge verandering zonder duidelijke aanleiding verdient daarom aandacht.

Durf de vraag te stellen

Een veelvoorkomende angst is dat praten over suïcide iemand op ideeën kan brengen. Volgens Rianne Immel blijkt uit onderzoek dat dit niet het geval is. Een directe vraag als “Denk je weleens aan zelfdoding?” brengt iemand niet op een idee dat er daarvoor nog niet was.

Juist door duidelijk te vragen, laat je zien dat het onderwerp bespreekbaar is. Voor iemand die suïcidale gedachten heeft, kan dat een enorme opluchting betekenen. Achter het verbergen van deze gedachten zitten vaak schaamte, angst om anderen tot last te zijn of angst om de regie kwijt te raken. Tegelijkertijd kan er een sterke behoefte zijn om gezien en gehoord te worden.

Verbinding als sleutel

Een belangrijke rode draad in het verhaal van Rianne Immel is verbinding. Eenzaamheid en het gevoel geen betekenisvolle plek meer te hebben kunnen een rol spelen bij suïcidaliteit. Vooral onder jongeren zijn eenzaamheid, prestatiedruk en verminderd mentaal welzijn belangrijke aandachtspunten.

Daarom begint suïcidepreventie niet alleen bij professionele hulpverlening. Ook een buur, collega, vriend, familielid of andere oplettende medemens kan verschil maken. Niet door alle verantwoordelijkheid zelf te dragen, maar door opmerkzaam te zijn, te luisteren en het gesprek niet uit de weg te gaan.

Wie zich zorgen maakt, hoeft het antwoord niet zelf te hebben. Een vraag stellen, luisteren en verbinding maken kan een belangrijke eerste stap zijn.